Moordenaars worden als ‘dappere helden’ geëerd.

Hoe blij de Palestijnen’ zijn met de moordenaars van onschuldige Israëlische burgers , blijkt nog eens uit het feit dat op 5 maart 2006 het uit de PA vertrekkende Fatah regiem van ‘president’ Abu Mazen (Mahmoed Abbas), het ‘Palestijnse’ staatsburgerschap heeft verleend aan de Libanese terrorist Amir Quntar. Deze figuur vermoorde in 1979 in de Israëlische kustplaats Nahariya, Danny Haran en zijn vier jarige dochter Einat. Israël heeft hem voor deze moord veroordeeld tot een gevangenisstraf van 542 jaar. In 2003 beschreef Smadar Haran, vrouw en moeder van de kinderen de moordpartij in de Washington Post. “Het was een moord van ongekende wreedheid op wat een vredige Sabbatsdag had moeten zijn”. Danny Haran was die dag met zijn vrouw en twee kinderen aan het picknicken geweest op het strand. Rond middernacht stormden ‘Palestijnse’terroristen het gebouw binnen waar zij overnachten. Danny’s vrouw wist zich nog net op tijd met haar tweejarige dochter te verbergen. Ze namen Danny en Einat mee naar het strand en schoten Danny dood voor de ogen van zijn dochter. Toen grepen zij het meisje en sloegen haar dood met haar hoofd tegen een rots. Er ging een luid gejuich op binnen de terreurgemeenschap toen men hoorde dat deze ‘dappere held’ was gehonoreerd met het ‘Palestijnse’staatsburgerschap. De afbeelding van Quntar wordt al jaren regelmatig op de PA-tv getoond en geëerd als een  “model vechtjas”, “dapper”, en een “leider”. De PA-tv noemde op 18 augustus 2004 de moord op de vader en de dochter een daad van dapperheid.

In plaats van een respectabele samenleving op te bouwen, hebben de ‘Palestijnse’ leiders zich slechts bezig gehouden met terreur. Niemand heeft zich ooit serieus met de opbouw bemoeit van een economie of creatie van banen of zelfs maar vuilnisophaaldiensten of straatonderhoud. Er zijn alleen maar - vele, vele, zogenaamde  veiligheidsorganen, zwaar bewapende bendes, die vandaag ook elkaar vermoorden. Sinds begin dit jaar zijn bij onderlinge gevechten reeds 103 doden gevallen. Er waren 29 ontvoeringen en 100 aanvallen op kantoren van de centrale overheid en burger instellingen. Het afbraakproces wat met de komst van Arafat op 1 juli 1994  in gang is gezet, wordt vandaag in praktisch alle geledingen van de PA voortgezet. De aartsterrorist kwam uit Tunesië met een lange karavaan van Chevrolet Blazers, Mercedessen en BMW’s, 80 wagens vol zonnebrillen dragende boeven in leren jacks uitgerust met Kalashnikovs. Hun zakken gevult met dollars, gestolen uit een opgeblazen Amerikaanse bank in Beiroet. Maar ondanks Arafat’s  waslijst van  gepleegde misdaden besloten Washington en Brussel hem financieel te ondersteunen, voor de opbouw van -zo zij men - zijn Palestina.  Er kwam geen enkele reactie van de gulle gevers toen bleek dat  ‘meneer de president’ het geld van de Amerikaanse en Europese belasting betalers begon te gebruiken voor de aankoop van wapens en de financiering van terreur. De donoren hebben het ‘Palestijnse’moslimterrorisme mogelijk gemaakt zijn daardoor mede verantwoordelijk voor de dood van honderden onschuldige Joodse slachtoffers. 

De PA-economie blijft volledig afhankelijk van  buitenlandse hulp. Het ‘Palestijnse’ regiem heeft meer financiële hulp ontvangen dan welk ander land in de wereld ook. Maar de vele miljarden zijn niet geïnvesteerd voor de opbouw van wat men de ‘Palestijnse’gebieden noemt. Fuad Shubaki, de voormalige financiële man van de PA, bekende onlangs wat iedereen in Israël en velen daarbuiten al jaren weten: Arafat gebruikte een belangrijk deel van de financiële buitenlandse hulp voor de aankoop van wapens, voor nazi propaganda, voor het hersenspoelen van een complete generatie jongeren en het ondersteunen van de terreur tegen Israël.  Shubaki was betrokken bij de financiering van het smokkelschip Karina A, dat in de vroege ochtend van donderdag 3 januari 2002 door een groep commando’s van de Israëlische marine tijdens een spectaculaire operatie in de Rode zee werd geënterd. Het schip was met een lading wapentuig w.o. 2500 Katjoesja-raketten met verschillende reikwijdte, inclusief lanceerinrichtingen mortiergranaten, antitankraketten, geweren etc, onderweg naar Gaza, bestemd voor de ‘Palestijnse’ Autoriteit.

De bemanning van het schip bestond uit een kapitein van de ‘Palestijnse’ marine, dertien ‘Palestijnse’ bemanningsleden en een lid van de Hezbollah beweging. De lading was in 83 waterdichte containers, bij het Iraanse eiland Kish aan boord gebracht. Israël beschuldigde de voormalige terreurbaas Arafat persoonlijk achter de wapenleverantie te zitten en wees daarbij Iran als medeschuldige aan. Maar zowel Iran als de “Godfather” van de terreur, ontkenden elke betrokkenheid bij het omstreden wapentransport. Arafat noemde de affaire een: ,,theaterstuk van de propagandamachine van de regering Sharon". Hij beweerde zelfs dat het schip in dienst was van een Israëlische onderneming en bouwmaterialen vervoerde uit Roemenië bestemd voor Israël. Arafat’s verweer klonk zo overtuigend dat een deel van de internationale media en volksvertegenwoordigers Israël beschuldigden van anti-Palestijnse propaganda. Arafat’s nazi-propaganda is  jarenlang zeer succesvol gebleken want hij werd ook in dit geval, zeer enthousiast bijgestaan door een deel van de  buitenlandse volksvertegenwoordigers en nieuwszenders als CNN en de BBC.Maar Arafat bleek wel degelijk bemoeienis te hebben met de Karina-A want de kapitein van het geënterde schip, Omar Akawi, verklaarde in een tv-uitzending dat hij had gehandeld in opdracht van Arafat’s eigen Fatah beweging.

Ook de toenmalige Iraanse minister van Defensie Shamkani, reageerde op het voorval en beweerde dat zijn land geen militaire relaties onderhield met het ‘Palestijnse’ bewind. Toch bleek het grootste deel van het wapentuig van Iraanse makelij. De Israëlische geheime dienst kwam later met waterdichte bewijzen dat er wel degelijk connecties bestonden tussen de PLO van Arafat, Iran en de Hezbollah terreurbeweging. Teheran heeft sinds het uitbreken van de ‘Oslo Oorlog’ in september 2000, vele miljoenen dollars ‘bonus’ uitbetaald aan ‘Palestijnse’ terreurbewegingen voor de strijd tegen Israël.

Hoe verziekt de ‘Palestijnse’ samenleving is blijkt ook uit het feit dat zelfs justitie zelfmoordenaars prijst. Zo prees Sheikh Hamed Bitawi al degenen die reeds hun moorddadige missie hebben volbracht. Via de "Islam Online Website" riep hij vrouwen en kinderen op hetzelfde te doen. De voormalige Amerikaanse bemiddelaar Anthony Zinni noemde de ‘Palestijnse’ Autoriteit een maffia bende, en wijlen Arafat de maffialeider en onverbeterlijke leugenaar. Andere leiders waaronder schoolbusmoordenaar Mohammed Dahlan en zijn broeder in het kwaad, Jibril Rajoub werden door Zinni georganiseerde misdadigers genoemd. Arafat’s nagedachtenis is er een van haat en moordt wat de afgelopen decennia het volk van Israël, maar ook een groot deel van de ‘Palestijnen’ alleen maar ellende heeft gebracht. De terreurbaas was een paranoïde persoonlijkheid resoluut in het verwerpen van alles wat maar iets met vrede te maken had. Hij maakte gebruik van alle middelen  voor zijn terreur tegen Israël;  televisie, kranten, moskeeën, scholen, schoolboeken, zomerkampen voor kinderen en niet te vergeten de internationale media en Wereldleiders. De huidige ‘ president’ Abu Mazen, zet het beleid van zijn voorganger onveranderd voort. Ook hij noemt het vermoorden van joden geen terrorisme maar een legitiem verzet tegen de ‘bezetting’ van ‘Palestijns’  land en ook hij eert de  hellehonden  die joden op beestachtige manier van het leven beroven.

Met toestemming van Franklin ter Horst